Crisisteams gebruiken Nederlandse en Engelse vaktermen door elkaar, en niet iedereen bedoelt met dezelfde term hetzelfde. Deze woordenlijst geeft van elk begrip een korte definitie plus de Engelse tegenhanger, geordend per thema: methodiek, opschaling, communicatie, AI en regelgeving.
Methodiek en besluitvorming
BOB-besluitmodel (structured decision-making cycle)
Het vergadermodel van Nederlandse crisisteams: Beeldvorming (wat weten wij, wat is feit en wat is aanname), Oordeelsvorming (wat betekent dit voor onze doelen en dilemma's) en Besluitvorming (welke actie kiezen wij en wie voert die uit). De discipline zit erin dat u niet beslist voordat het beeld staat, en niet in het beeld blijft hangen als er besloten moet worden.
Beeldvorming (situation assessment)
De eerste fase van BOB: feiten verzamelen en nadrukkelijk scheiden van aannames, met vermelding van bron en tijdstip.
Betekenisgeving (sensemaking)
Een van de drie doelen van crisiscommunicatie: mensen duiding geven door de gebeurtenis in een breder perspectief te plaatsen. Beantwoordt de vraag "wat betekent dit voor mij, en hoe erg is dit?"
Informatievoorziening (information provision)
Het tweede doel: correcte, tijdige en begrijpelijke informatie over wat er aan de hand is en welke processen lopen.
Schadebeperking (harm reduction)
Het derde doel: mensen alarmeren bij dreiging of gevaar en hen een handelingsperspectief geven.
Handelingsperspectief (actionable guidance)
Een concrete, uitvoerbare instructie: ramen en deuren sluiten, dit nummer bellen, deze straat mijden, uw wachtwoord wijzigen. Een crisisbericht zonder handelingsperspectief verhoogt de onrust in plaats van hem te verlagen.
CERC-model (Crisis and Emergency Risk Communication)
Internationaal kader van de Amerikaanse gezondheidsdienst CDC met zes principes: wees eerst, wees juist, wees geloofwaardig, toon empathie, promoot handelen en toon respect.
SCCT (Situational Crisis Communication Theory)
Theorie van W. Timothy Coombs die de passende responsstrategie koppelt aan het crisistype en aan de mate waarin een organisatie verantwoordelijk wordt gehouden.
Ringen van betrokkenheid (rings of involvement)
Ordening van doelgroepen naar hoe hard zij geraakt worden, van direct getroffenen in de binnenste ring tot het algemene publiek daarbuiten. Media zitten nooit in de binnenste ring. Zie het volledige artikel.
Risicocommunicatie (risk communication)
Communicatie vóór een incident, gericht op bewustwording en weerbaarheid. Niet hetzelfde als crisiscommunicatie, die tijdens en na het incident speelt.
Opschaling en crisisorganisatie
GRIP (Dutch regional escalation procedure)
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure, de Nederlandse opschalingsladder van GRIP 1 tot en met GRIP 5. Geen wet: de term komt niet voor in de Wet veiligheidsregio's, maar is uitgewerkt in de regionale crisisplannen. Zie GRIP-structuur en AI.
CoPI (on-scene command team)
Commando Plaats Incident: het team dat ter plaatse de bronbestrijding coördineert.
ROT (regional operational team)
Regionaal Operationeel Team, dat de operationele coördinatie boven de plaats incident verzorgt. Deze term staat wél in de Wet veiligheidsregio's.
RBT en GBT (regional / municipal policy team)
Regionaal Beleidsteam en Gemeentelijk Beleidsteam: de bestuurlijke teams onder leiding van respectievelijk de voorzitter van de veiligheidsregio en de burgemeester.
NKC (national crisis communication core team)
Nationaal Kernteam Crisiscommunicatie, het informatieknooppunt van de rijksoverheid bij nationale crises.
Veiligheidsregio (safety region)
Samenwerkingsverband van gemeenten en hulpdiensten voor rampenbestrijding en crisisbeheersing. Nederland telt er 25.
Piket (on-call duty)
De bereikbaarheidsdienst waarmee sleutelfunctionarissen buiten kantooruren oproepbaar zijn.
Opschalen en afschalen (escalate / de-escalate)
Het verhogen of verlagen van het coördinatieniveau. Afschalen wordt vaak vergeten in de communicatie, terwijl het einde van een crisis net zo goed gecommuniceerd moet worden als het begin.
Communicatieproducten
Holding statement (ook: eerste bericht, initial statement)
Het eerste publieke bericht, bedoeld om snel te erkennen wat er speelt terwijl het beeld nog onvolledig is. Bevat wat er gebeurd is voor zover bekend, wat het voor mensen betekent, wat u nu doet, en wanneer de volgende update komt.
Kernboodschap (key message)
De ene zin die in alle communicatie terugkomt en die voor elke doelgroep waar is.
Q&A's (talking points, question and answer set)
Voorbereide antwoorden op de vragen die u verwacht, inclusief de ongemakkelijke. Bij voorkeur op taalniveau B1, zodat ze ook bruikbaar zijn voor de website en de telefonisten.
Taalniveau B1 (plain language, CEFR level B1)
Taalniveau dat door circa 95 procent van de Nederlandse bevolking wordt begrepen. Standaard voor overheidscommunicatie richting burgers, en tijdens een crisis extra van belang omdat stress het begrijpend lezen verslechtert.
Woordvoering (spokesperson duties, media relations)
Het te woord staan van pers en publiek namens de organisatie, door een vooraf aangewezen persoon.
Omgevingsbeeld en omgevingsanalyse (situational awareness, environmental scanning)
Het beeld van wat er buiten leeft: welke vragen, geruchten en emoties spelen er, en weten mensen wat ze moeten doen. Een omgevingsbeeld is een analyse, geen knipselkrant.
Social listening (Nederlands: sociale-mediamonitoring)
Het systematisch volgen van sociale media op signalen rond een incident. Levert signalen, geen feiten.
Statuspagina (status page)
Publieke pagina met de actuele stand van zaken en het tijdstip van de volgende update. Verlaagt de druk op telefoon en loket.
NL-Alert
Het Nederlandse alarmmiddel waarmee de overheid mensen in een bepaald gebied direct op hun telefoon waarschuwt, met een handelingsperspectief.
Voorbereiding en nazorg
Draaiboek (playbook, runbook)
Vooraf uitgewerkt scenario met rollen, stappen en voorbeeldteksten, zodat een team niet bij nul begint.
Crisisoefening (drill, tabletop exercise, simulation)
Geoefende crisissituatie om het team te laten wennen aan tempo, rollen en dilemma's. Wie regelmatig oefent, komt merkbaar rustiger door een echte crisis.
BCM (Business Continuity Management)
Bedrijfscontinuïteitsbeheer: het geheel van maatregelen dat ervoor zorgt dat kritieke processen doorlopen of snel herstellen. Genormeerd in ISO 22301.
BIA (Business Impact Analysis)
Analyse die per proces bepaalt hoe lang het stil mag liggen en wat de gevolgen zijn. De basis onder elk continuïteitsplan.
DRP (Disaster Recovery Plan)
Uitwijk- en herstelplan voor ICT-voorzieningen.
RTO en RPO (Recovery Time / Point Objective)
Hoe snel een proces weer moet werken (RTO) en hoeveel gegevensverlies acceptabel is (RPO).
Evaluatie en nazorg (after-action review, lessons learned)
Het gestructureerd vastleggen van wat goed ging en wat beter kan, en het verwerken daarvan in de draaiboeken.
AI-termen
AI-hallucinatie (hallucination, confabulation)
Een AI-systeem dat met overtuiging feiten, cijfers of bronnen produceert die niet bestaan. Tijdens een crisis extra gevaarlijk omdat mensen hun handelen erop baseren. Zie het artikel hierover.
Human in the loop (Nederlands: menselijke tussenkomst of menselijke regie)
Het principe dat AI voorstellen doet en een mens beoordeelt, beslist en publiceert. In crisiscommunicatie geen voorzichtigheid maar een voorwaarde: een algoritme kan niet worden aangesproken op een besluit, een bestuurder wel.
Deepfake
Met AI gemanipuleerd beeld- of geluidsmateriaal dat echt lijkt. Tijdens een crisis inzetbaar om het beeld te vertroebelen of een bestuurder woorden in de mond te leggen.
Desinformatie (disinformation)
Bewust verspreide onjuiste informatie. Te onderscheiden van misinformatie, die zonder kwade opzet wordt gedeeld door mensen die denken dat het klopt.
Prompt (instructie aan een AI-systeem)
De opdracht die u aan een AI-assistent geeft. In crisiscontext geldt: hoe meer vastgelegde context (organisatie, tone of voice, crisisplan), hoe minder u tijdens de crisis zelf moet formuleren.
Retrieval (Nederlands: ophalen van bronmateriaal)
Techniek waarbij een AI-systeem eerst relevante documenten ophaalt en daarna pas antwoordt. Beperkt het hallucinatierisico, maar heft het niet op.
Regelgeving en meldingsplichten
AVG (GDPR)
Algemene verordening gegevensbescherming. Artikel 33 verplicht tot melding van een datalek bij de Autoriteit Persoonsgegevens zonder onredelijke vertraging en uiterlijk binnen 72 uur na kennisname, tenzij het onwaarschijnlijk is dat het lek een risico inhoudt. Artikel 34 verplicht tot onverwijlde melding aan de betrokkenen zelf bij een hoog risico.
Cyberbeveiligingswet (Dutch implementation of NIS2)
De Nederlandse uitwerking van de Europese NIS2-richtlijn, in werking sinds 15 augustus 2026. Verplicht organisaties in aangewezen sectoren tot een vroegtijdige waarschuwing binnen 24 uur, een volledige melding binnen 72 uur en een eindverslag binnen een maand, via het centrale meldpunt MijnNCSC.
Significant incident
Onder de Cyberbeveiligingswet: een incident dat de dienstverlening ernstig verstoort, financiële schade veroorzaakt of grote schade bij andere organisaties kan aanrichten. Drempelwaarden verschillen per sector.
CSIRT (Computer Security Incident Response Team)
Het sectorale team waar een cyberincident naartoe gaat. Een melding via MijnNCSC bereikt zowel het CSIRT als de toezichthouder.
Wkkgz
Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg. Verplicht zorgaanbieders een calamiteit onverwijld te melden bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, en in elk geval binnen drie werkdagen na vaststelling.
EU AI Act
Europese verordening die AI-systemen indeelt naar risico. AI voor het classificeren van noodoproepen, het prioriteren van uitruk en medische triage valt onder hoog risico (Annex III). Zie het artikel over de EU AI Act.
ISO 22301 en ISO 27001
Internationale normen voor respectievelijk bedrijfscontinuïteitsbeheer en informatiebeveiliging.
Bronnen
- Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), Crisiscommunicatie binnen de crisisbeheersing — definitie en de drie doelen. Geraadpleegd 22 september 2026.
- Wet veiligheidsregio's — regionaal operationeel team, regionaal beleidsteam, regionaal crisisplan. Versie geldend vanaf 12 juni 2026.
- Nationaal Cyber Security Centrum, Meldplicht Cyberbeveiligingswet — termijnen en meldroute. Geraadpleegd 22 september 2026.
- Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Melding doen van een calamiteit (Wkkgz). Geraadpleegd 22 september 2026.
- Artikel 33 en 34 van de Algemene verordening gegevensbescherming.
Over dit artikel
Uitgegeven door CrisisRadar B.V.
Dit artikel is getoetst aan primaire bronnen: de Nederlandse crisisbeheersing, Europese regelgeving en wetenschappelijke literatuur. De gebruikte bronnen staan hierboven, met jaartal. Klopt er iets niet? Geef het door; wij passen het aan en vermelden de wijziging. Lees hoe wij werken op Redactie en werkwijze.
Zelf uitproberen met CrisisMaatje
CrisisMaatje koppelt de AI die u al gebruikt — Claude, ChatGPT of Copilot — aan het CrisisRadar-platform. U vraagt in gewone taal om hulp, uw AI zet een concept klaar en legt de feiten, de tijdlijn en de meldingsplichten vast in een crisisdossier. U leest na en beslist wat er naar buiten gaat. Gratis, zonder creditcard.